Wat ga je doen
Binnen de afdeling Lucht- en Ruimtevaartsystemen voeren we een nieuw besturingsmodel in. Hiermee willen we strategische doelen vertalen naar concrete activiteiten, onderbouwde keuzes maken over prioriteiten en capaciteit, en tijdig bijsturen wanneer voortgang of resultaten daarom vragen. Het model beschrijft hoe verantwoordelijkheden, planning, overleggen en besluitvorming met elkaar samenhangen.
De volgende stap is om deze werkwijze in de dagelijkse praktijk te laten functioneren. Zijn de ondersteunende processen voldoende duidelijk en werkbaar? Leveren overleggen de benodigde besluiten op en krijgen deze opvolging? Begrijpen betrokkenen hun verantwoordelijkheden en beschikken zij over de informatie, vaardigheden en beslissingsruimte om daaraan invulling aan te geven?
Tijdens deze stage onderzoek je in hoeverre de bedoelde werking van het besturingsmodel in de praktijk tot stand komt. Je kijkt naar de inrichting en uitvoering van de ondersteunende processen en verdiept je vervolgens in de organisatorische en gedragsmatige factoren die de werking beïnvloeden. Daarbij besteed je aandacht aan de wisselwerking tussen formele afspraken en het dagelijkse handelen van mensen.
De voorlopige centrale onderzoeksvraag is:
In hoeverre functioneren het besturingsmodel en de ondersteunende processen binnen de afdeling Lucht- en Ruimtevaartsystemen zoals bedoeld, en welke organisatorische en gedragsmatige factoren bevorderen of belemmeren effectieve besluitvorming en bijsturing?
Je onderzoek bestaat uit de volgende onderdelen:
- De bedoelde werking vaststellen. Je brengt voor het geselecteerde deel van de besturing in kaart welke resultaten worden verwacht en hoe rollen, processen en overleggen daaraan moeten bijdragen. Je onderzoekt of verantwoordelijkheden, informatiebehoeften en beslissingsbevoegdheden voldoende duidelijk zijn.
- De feitelijke werking onderzoeken. Je vergelijkt de beschreven werkwijze met de praktijk. Je kijkt bijvoorbeeld hoe doelstellingen worden vertaald naar activiteiten, hoe knelpunten worden besproken en hoe besluiten tot stand komen, worden vastgelegd en opgevolgd.
- Verschillen en verklaringen onderzoeken. Je analyseert welke factoren de werking bevorderen of belemmeren. Denk aan de beschikbaarheid van informatie en hulpmiddelen, duidelijkheid over rollen, kennis en vaardigheden, leiderschap, samenwerking en bestaande werkgewoonten.
- Verbeteringen adviseren. Je vertaalt de bevindingen naar gerichte aanbevelingen voor de procesinrichting en de ondersteuning en ontwikkeling van betrokkenen.
Je ontwikkelt een onderzoeksaanpak op basis van relevante wetenschappelijke literatuur. Mogelijke onderzoeksmethoden zijn documentanalyse, interviews en observaties van overleggen. Door ook concrete besluitvormingstrajecten te volgen, verbind je ervaringen van betrokkenen aan wat er daadwerkelijk gebeurt.
Samen met de praktijkbegeleider en je opleiding baken je het onderzoek af tot een uitvoerbaar deel van de besturingscyclus. Een mogelijk vertrekpunt is de vertaling van jaardoelstellingen naar activiteiten en de daaropvolgende voortgangsbespreking, besluitvorming en bijsturing binnen enkele secties. De gedragsmatige verdieping richt zich vervolgens op een beperkt aantal thema’s die voor deze praktijk relevant blijken.
Het onderzoek levert een onderbouwd adviesrapport op. Daarin beschrijf je wat goed werkt, waar knelpunten ontstaan en welke verklaringen daarvoor worden ondersteund door de onderzoeksbevindingen. Je adviseert welke verbeteringen prioriteit hebben, wie daarbij betrokken moet worden en hoe de afdeling het effect kan volgen. Waar de planning dit toelaat, kun je een voorgestelde verbetering op kleine schaal beproeven.