1. Vervoer van (post)stukken, goederen en/of (bijzondere/waardevolle) materialen
- Het, aan de hand van verstrekte opdrachten, bepalen van de rijroute;
- Het, veilig en tijdig vervoeren van (bewinds)personen, (post)stukken, goederen en/of (bijzondere waardevolle) materialen;
- Het signaleren van onregelmatigheden tijdens het vervoer;
- Het uitvoeren van de autorit;
- Het administratief vastleggen van de autorit-gegevens.
2. Onderhoud aan voertuigen
- Het voertuig rijklaar maken;
- Het, periodiek, controleren van de werking van onderdelen van het voertuig;
- Het voertuig schoonhouden;
- Het verrichten van klein onderhoud aan het voertuig en het oplossen van eenvoudige storingen of gebreken;
- Het zorg dragen voor het tijdig laten verrichten van overig onderhoud aan het voertuig.